van Polanen vroeger

Tennisvereniging ‘Van Polanen’ vroeger.

 
‘Breek het decor van de geschiedenis af en het verleden heeft geen gezicht meer’ heeft een dichter eens gezegd. Dat geldt voor gebouwen, maar ook bijvoorbeeld voor het archief van een vereniging. Oude dingen leren je om maar iets te noemen hoe de zaken eertijds in elkaar staken, welke moeilijkheden er waren en hoe die al dan niet werden opgelost. Daaruit kun je dan je lessen voor het heden trekken. Als je dat niet beseft breek je oude gebouwen gewoon af en gooi je oude archieven gewoon weg. Dat is ook bij onze toch voor velen zo geliefde tennisvereniging in Klundert gebeurd. Daarom moet ik bijna alleen uit mijn geheugen en uit mondelinge overlevering van bereidwillige oudere anderen putten om over de historie van de tennisvereniging Van Polanen iets in elkaar te flansen,
Ere wie ere toekomt. De bakermat van de tennissport in Klundert ligt bij Joop Slagter. Als piepjong knulletje van even dertig, zo heeft hij mij eens verteld, werd hij vlak na de watersnood in 1953 directeur Dienst Openbare Werken van de gemeente Klundert. Zijn ambities reikten verder dan het ambtenaar zijn en bewogen zich onder meer op het terrein van het tennisspel. Er was in Klundert weliswaar geen tennisbaan te bekennen, maar voor zo’n kleinigheid gingen hij en met hem anderen niet opzij. Op de speelplaats van de toenmalige mulo waar Geert van Zuilekom de scepter zwaaide werd een net geïmproviseerd waardoor af en toe een balletje geslagen kon worden. Mij lijkt zo’n manier van tennissen net zo iets als pingpongen op een eettafel en de enthousiastelingen van toen zullen er wel net zo over hebben gedacht. Op de vraag wanneer dat was en hoe lang het tennissen daar heeft geduurd moet ik het antwoord schuldig blijven. Het enige dat mij bekend is is dat mede door Joop’s toedoen begin of midden jaren zestig door de gemeente twee heuse tennisbanen werden aangelegd. Ze bevonden zich op de plaats van de drie thans aaneengesloten banen, echter een kwartslag gedraaid. Van de gemeente Klundert kon telkens een baan worden gehuurd. Hoewel er nog geen officiële club bestond, werd tegelijk met de banen een clubhuisje opgeleverd dat er nu nog staat. Waar zich nu baan 4 bevindt lag een speelweitje voor de kinderen. Naar verluidt werd van de gelegenheid tot tennissen gretig gebruik gemaakt. Onder anderen door Joop zelf, Gerda en Geeft van Zuilekom, Adrie den Hollander, Wil en Kees Schalk, Nelly en Henk Bakker, Len en Aad Klaren en Ko de Bruijne. De laatste stond bekend onder de naam ‘Lamaar’ omdat hij bij het dubbelspel nogal eens onder het luid roepen van ‘lamaar’ (laat maar) de voor zijn partner bestemde bal weg’snoepte’. Degenen die veel samenspeelden hebben in die tijd de woensdag- vrijdag- zaterdagclub gevormd waarvan Kees Schalk de voorzitter was. Zijn vrouw Wil heeft in die periode of iets later, in ieder geval in 1967, 1968 en 1969 de Van Oosten wisselbeker gewonnen (Van Oosten was toentertijd burgemeester van Klundert). Omdat Wil de beker drie keer - en nog wel achtereen - gewonnen had mocht ze hem houden; hij is nog steeds in haar bezit. In totaal werd zij zelfs vijf keer achtereen kampioen. In die periode, namelijk op 8 november 1968 werd de Klundertse Tennisvereniging Van Polanen opgericht. Kees Schalk is daarvan toen nog een blauwe maandag voorzitter geweest en opgevolgd door Henk Bakker. Daarna waren achtereenvolgens voorzitter Bob van der Lely, Frans Gerritsma, Frits Schalekamp, Ted Veen, Geert van Zuilekom en nu hanteert Wout van Kessel de voorzittershamer.
Zelf (en overigens ook Sally en onze kinderen) ben ik in maart 1974 lid geworden; Henk Bakker was toen voorzitter. In 1975 werd ik samen met Rob Labrijn lid van de jeugdcommissie en in die periode is Henk als voorzitter opgevolgd door Bob van der Lely. In 1974 was de speelweide al vervangen door een derde tennisbaan (nu baan 4 geheten).
In maart 1976 was Klundert in de ban van het carnaval. De tennisvereniging reed ook met een wagen mee. Rob Labrijn had een grote oplegger georganiseerd en in de schuur bij Geeft van de Wiel werd die opgetuigd. Ik weet niet meer precies wat het geheel voorstelde, een en ander had met een wit spook met echt flikkerende ogen te maken. Waar het om ging was reklame maken voor een vierde baan. Weinig herinner ik me nog van de tocht. Wel is me duidelijk bijgebleven dat het koud was. Nog kouder was het tijdens het afbreken van de opgetuigde wagen bij Geert op het erf. Om de kou te verdrijven hadden we met zijn zessen twee flessen vuurwater koud gemaakt. Na gedane arbeid nam ik de vijf kameraden mee naar huis om daar wat van de kou te bekomen. Wij kwamen echter van een koude kermis thuis, want Sally kon die lallende kerels niet verdragen en joeg ons de deur uit en de kou weer in. Als een - weliswaar laat maar toch — doekje voor het bloeden kan ik melden dat de vierde baan er een paar maanden later lag.
Er zijn mij maar een paar wedstrijden uit de zeventiger jaren en daarna bijgebleven. Zo waren de finales heren van de clubkampioenschappen tussen Piet en Ad Schuurmans en ook die tussen Roel en Erik van Dijk in mijn herinnering bloedstollende partijen. Trouwens, ook de finales van Trudy Scholten, Wilma van de Wiel en Astrid van Heusden mochten er zijn. En dan natuurlijk de spannende partijen van de gebroeders Van Beek, Corné van Dorst en Ton Spierings. Ik herinner me een wedstrijd tussen de twee laatsten enerzijds en de toen al oudere giganten Paul Schampers en Jan van Weeren anderzijds, een strijd die gelijk opging. In diezelfde tijd hebben mijn zoon en ik ook eens tegen Paul en Jan gespeeld waarbij wij met speels gemak met vernietigende cijfers werden weggezet. Van één (open) toernooi uit de tweede helft van de jaren tachtig herinner ik me de finale tussen Esther Treijtel en Kristie Boogert die door de laatste nipt werd gewonnen. Van latere belangrijke partijen ben ik slecht op de hoogte omdat ik ze eenvoudig niet heb bijgewoond.
Tenslotte nog even terug naar de grijze oudheid, zo’n kleine 30 jaar geleden. Toen was er Jacques/Sjaak van der Heijden, destijds in de zeventig, een tikkeltje stram, bijna stokdoof maar enthousiast. Zelfs als je vlak bij hem stond, terwijl nota bene een gehoorapparaat zijn oren sierde, moest je zo hard schreeuwen om je enigszins verstaanbaar te maken dat de buren van de aanpandige huizen bijna kwamen klagen in verband met de door schreeuwen veroorzaakte geluidsoverlast. Jacques had bovendien de gewoonte bij het dubbelspel, als ik serveerde, aan de verkeerde kant te gaan staan. Dan moest je telkens naar hem toelopen, hem op de schouder tikken en naar de andere kant verwijzen. Ja, zo ging dat toen. Als Jacques wilde spelen en dat wilde hij vaak, belde zijn vrouw heel Klundert af om drie medespelers te ronselen. En ach, dan gingen die drie maar, al vond iedereen dat Jacques eigenlijk maar voor spek en bonen meedeed. De herinnering aan toen houdt mij nu een spiegel voor omdat ik nu ook de leeftijd van Jacques heb bereikt. Ik voel me eigenlijk leeflijdloos, maar ik weet dat ik veertig jaar geleden betrekkelijk jong was en ik weet ook dat ik nu betrekkelijk oud ben. Daarom weet ik ook dat jongeren mij nu beschouwen zoals wij vroeger Jacques beschouwden. En aangezien ik wel voor spek wil meedoen, namelijk aantrekkelijke tegenstand bieden, maar niet voor spek én bonen, bel ik maar niet de Klundert rond om met anderen te mogen tennissen.
Nog even terug naar de geschiedenis van het park. In de eerste helft van de jaren tachtig begon de club zo goed te lopen dat we naar uitbreiding van het aantal banen uitkeken en niet lang daarna werden er drie banen gerealiseerd zodat het totaal op zeven kwam. Zodra dat gebeurd was gingen we ons bekommeren om een nieuw clubhuis. Het oude clubhuis was weliswaar erg gezellig, maar tevens veel te klein. Ook de opbergmogelijkheden alsmede de kleedkamers en het sanitair pasten niet meer bij onze groeiende vereniging. Vandaar het nieuwe clubhuis dat met vereende krachten tot stand is gekomen en een goed onderkomen bood en nog biedt.
Van de jongere geschiedenis weet ik vrijwel niets te vertellen, maar anderen zijn ongetwijfeld in staat om wat dat betreft het estafettestokje over te nemen.

 

Frits Schalekamp